Hij is maar een dakloze schooier,
en slaapt in het park op een bank.
Hij is maar een dakloze schooier,
z 'n enige troost is de drank.
De straat is z 'n lust en z 'n leven,
zo loopt hij in lompen gekleed.
Toch heeft hij ook recht om te leven,
dat is wat een mens vaak vergeet.
Er is geen mens die ooit
hetzelfde wordt geboren.
De één die wint en de ander
heeft verloren.
Toch zit geluk niet altijd
in een beetje geld.
Maar zonder centen
is een mens al uitgeteld.
Hij eet wat de mensen hem geven
en droomt van veel geld op de bank.
Dan is ie weer blij met het leven,
toch troost ie zich steeds
weer met drank.
Hij ziet om zich heen al die wilde,
toch slaapt hij vannacht op een bank.
Die eenzame dakloze zwerver
met nooit eens een woordje van dank.
Er is geen mens die ooit
hetzelfde wordt geboren
De een die wint en de
ander heeft verloren
Dan zit geluk niet altijd
in een beetje geld
Maar zonder zender is een
mens gauw uitgeteld.
Maar dan komt geluk in zijn leven,
een erfenis valt hem ten deel.
De brief in zijn hand doet
hem be ven,
dat is voor zo 'n schooier te veel.
Hij koopt nieuwe kleren en schoenen,
hij slaagt nu niet meer op een bank.
Maar noodlot van al die miljoenen,
hij is nu verslaafd aan bedrank.
Er is geen mens die ooit
hetzelfde wordt geboren.
De een die wint en de ander
heeft verloren.
Toch zit geluk niet altijd
in een beetje geld.
Maar zonder centen
is een mens al uitgeteld.
Nog zit geluk niet altijd
in een beetje geld
Maar zonder zente
is een mens al uitgetreld
Ondertitels de Amara gemeenschap