Ik betover je in een hert
of ik betover je in een kat
en ik beloof je bij alle goden
en dan neem ik je mee in de wind
waar je de zoon van de winden vindt
zijn het teken dat iets begint
En mijn tong verstijft tot been
en mijn hart verstart tot lood
en ik verzink tot aan mijn middel
Jouw boot is een notendop,
jouw boot heeft een tijgerkop
van de grond tot het gevang
en daar klim ik met vreugde op.
Ik vereer je een vogelkooi
of ik vereer je een dadelpalm
Ik componeer je bij al le geesten,
En die fluister ik in je oor,
en dan lach je de avond door
en de zon komt er kijken voor
en dan blijf ik maar wachten daar
De orkaan heeft een daad gedaan,
en die ramen maar openslaan
En het bed is zwoel, net als mijn gevoel,