naar een bank aan het water.
Duizend schepen gaan voorbij
en toch hoort het maar niet later.
En je weet dat ze gek is,
want daarom zit je naast haar.
En ze geeft je pepermuntjes,
want ze geeft je graag iets tastbaars
En net als je haar wilt zeggen,
ik kan jou geen liefde geven
Komt heel de stad te leven,
en hoor je meeuwen schreeuwen
Je hebt steeds van haar gehouden
En je wilt wel met haar meegaan,
En je moet haar wel vertrouwen,
die het water zo vertrouwde,
dat hij zomaar over zee liep,
omdat hij had leren houden van
de golven en de branding,
waarin niemand kan verdrinken.
Hij zei, als je blijft geloven,
kan de zwaarste steen niet zinken.
Maar de hemel ging pas open,
toen zijn lichaam was gebroken.
En hoe hij heeft geleden,
dat weet alleen die visser aan het kruis.
En je wilt wel met hem meegaan,
En je moet hem wel vertrouwen,
naar een bank aan het water
Je onthoudt waar ze naar kijkt
als ze herinnering verlaten
En het zonlicht lijkt wel honing
waaraan kinderen zich te goed doen
En het grasveld ligt besaaid
met wat de mensen zo al weg doen.
In de goot liggen de helden
met een glimlach op de lippen.
En de meeuwen in de lucht
lijken net verdwaalde stippen
als Suzanne je lachend aankijkt.
En je wilt wel met haar meegaan,
En je moet haar wel vertrouwen,
want zij houdt al jouw gedachten